Dat zei een vriendin tegen me.
Recht voor zijn raap, recht in mijn ribbenkast.
En het was waar.
Niet leuk. Niet makkelijk. Maar waar.
Ik wilde geen advies.
Een arm rond mijn schouder en een stem die zei:
โYep, ik snap het.โ
Vroeger gebruikte ik mijn vrienden als klaagmuur.
Maar dat heb ik duur betaald.
Na jaren van zuchten en zeuren haakten sommigen af.
Niet omdat ze me niet graag zagen.
Maar omdat ze zich machteloos voelden.
Hun woorden leken te verdampen.
Het is zuur om vast te stellen
dat je krediet stilletjes opraakt,
dat de stilte luider klinkt dat je gsm.
Gelukkig waren er mijn kids, de diehard vriend(inn)en,
een nichtje, een oude prof, mijn webbouwer.
Zij bleven.
Ook toen ik vooral energie vroeg en weinig teruggaf.
Zij gaven me geen pleister,
maar de spreekwoordelijke schop onder mijn kont.
Tot op een dag het licht aanfloepte:
het heeft geen zin te wachten
tot alle bomen even dik zijn.
Ik moest zelf bewegen.
En net daarom doe ik het anders:
โ Ik kom niet naast je zitten op het klaagbankje.
โ
Je mag even keihard puffen en blazen.
Maar daarna? Gaan we aan de slag.
Zodat jij weer gaat lรฉven.
Niet overleven. Niet uitstellen.
Lรฉven.
Ja, ik heb zelf nog een klein klaagbankje.
Daar zit mijn zelfbeklag soms op.
Ik loop het voorbij โฆ
op weg naar een hipster koffietje
op een bank in de koekenstad.
Heb je ook zoโn duwtje nodig?
Ik hoor graag wat dit bij je losmaakt.
Vraag nu een gratis kennismakingsgesprek

