Rare jongens, die organizers. Wat mijn kinderen weten dat ik doe.

Strakker, Momi, het kan nog strakker!”
Ach, dat waren nog eens tijden…
Mijn zonen zetten me collectief voor schut
wanneer ik met militaire precisie de was stond te vouwen.
De kamer van mijn dochter leek spic en span.
Tot ik tegen de kastdeur botste,
die prompt een lawine van kleding, speelgoed en schoolboeken uitbraakte.

Het kan verkeren, zei Bredero.
Nu kijk ik monkelend toe hoe mijn drie volwassen schatjes
zelf op orde en overzicht gesteld zijn.
Omdat ik hen dat met harde hand geleerd heb?
Ze knikken vast hun hoofd eraf,
maar zullen inmiddels ruiterlijk toegeven
hoe fijn een plek is waar alles zijn plek heeft.
Ik mocht trouwens bij elk van hen
al op audiëntie komen om te organizen.

Wat mijn kids ook weten is dat ik van mensen hou.
Dat ik niet zonder kan.
Dat ik verder kijk dan de rommel.
Dat ik zie waar iemand vastloopt.
Dat ik het verhaal tussen de spullen lees,
en dat ik met veel geduld help om ruimte te maken.
Dat ik luister, écht luister.
Dat ik meedenk en desnoods meesleep.
Dat ik overzicht breng, zonder oordeel.
Meer dan eens stuur ik hen
op weg naar huis van een opdracht:
“I love my job.”

Want wat ik achterlaat, is vertrouwen dat het goed komt.
En een vleugje ademruimte.
En mijn kinderen?
Die rollen dan eens met hun ogen en lachen: « Daar gaat ons Momi weer! »

Vraag nu een gratis kennismakingsgesprek